Vijf provincies, vijf gezichten
Vlaanderen is met 13.624 km² en 6,7 miljoen inwoners het grootste van de drie Belgische gewesten qua inwoners. Geografisch is het verdeeld in vijf provincies, elk met een eigen sfeer, dialect en culturele tradities. Voor reizigers maakt dat verschil — een week in West-Vlaanderen voelt anders dan een week in Limburg. Dit artikel zet de vijf op een rij, met de hoogtepunten en het karakter van elke provincie.
De provincies zijn historisch gegroeid en hebben hun eigen oorsprong: West- en Oost-Vlaanderen waren ooit één graafschap (het oude Vlaanderen onder de hertogen van Bourgondië); Antwerpen behoorde tot het hertogdom Brabant; Limburg was een prinsbisdom; Vlaams-Brabant ontstond pas in 1995 toen de oude provincie Brabant werd opgesplitst. Die geschiedenis is nog steeds in de cultuur en architectuur voelbaar.
West-Vlaanderen — kust en Westhoek
West-Vlaanderen is de meest westelijke provincie, en grenst aan zowel de Noordzee als Frankrijk. Hier vind je de hele Belgische kust (62 km), de Westhoek met haar oorlogsherinneringen, en mooie steden als Brugge, Ieper en Kortrijk.
Klimaat: meest gematigd van Vlaanderen — maritieme invloed van de Noordzee. Dialect: zwaar Westvlaams, voor andere Vlamingen vaak moeilijk te verstaan. Keuken: vis, garnalen, paling in 't groen, oester (in Oostende). Bekendste streek: De Westhoek (rond Ieper) en de kust.
Voor reizigers ideaal voor strand, oorlogsgeschiedenis en middeleeuwse stadscultuur. Een week kan zonder vervelen — Brugge, Ieper, Diksmuide, een dag aan de kust en een dag fietsen in de Vlaamse Ardennen (deels in Oost-Vlaanderen).
Oost-Vlaanderen — Gent en de Schelde
Oost-Vlaanderen ligt tussen West-Vlaanderen en Antwerpen, met Gent als hoofdstad. De provincie wordt geografisch dominant door de Schelde, die door het hele gebied stroomt en uitmondt in de monding bij Antwerpen.
Klimaat: gemengd — landinwaarts maar niet ver van de zee. Dialect: Gents (in en rond de stad), Aalsters, Waaslands — onderling herkenbaar maar verschillend. Keuken: mosselen-met-frieten, waterzooi (een typisch Gentse stoofpot), Gentse wafels. Bekendste streek: Gent en de Vlaamse Ardennen (rond Oudenaarde).
Ideaal voor stadscultuur (Gent), wieleren (Vlaamse Ardennen), kanalen (Schelde, Leie) en kunst (Lam Gods van Van Eyck in Gent). Een lang weekend Gent met fietsen in de Vlaamse Ardennen is een populaire combinatie.
Antwerpen — havenstad en Kempen
De provincie Antwerpen omvat de gelijknamige havenstad — de tweede grootste van Vlaanderen — en het uitgestrekte Kempen-gebied in het noorden en oosten. Dat geeft de provincie een dubbel gezicht: kosmopolitisch in de stad, ruraal en bos-rijk in de Kempen.
Klimaat: continentaal naar het noorden en oosten, gematigd naar de stad. Dialect: Antwerps (in en rond de stad, beroemd om zelfvertrouwen en humor), Kempens. Keuken: bolletjes (kleine kreeftachtigen), Antwerpse handjes (koek), bock-jenever. Bekendste streek: Antwerpen-stad, de Kempen, de Kalmthoutse Heide.
Ideaal voor stadsplezier (Antwerpen), mode (Nationalestraat), nature (Kalmthoutse Heide, Kempense bossen), en design. Voor wie van een meer cosmopolitische sfeer houdt dan Brugge of Gent biedt — de meest stedelijke ervaring van Vlaanderen.
Vlaams-Brabant — Brussels groene gordel en de stad Leuven
Vlaams-Brabant is de provincie rond Brussel — strikt genomen omsluit zij het Brussels Hoofdstedelijk Gewest aan alle kanten. Hoofdstad is Leuven, een van de gezelligste universiteitssteden van België.
Klimaat: continentaal, met meer regen dan de kust. Dialect: Brabants (Vlaamse versie, sterk variabel per regio), Pajottenlands. Keuken: stoofvlees met geuze, paling in 't groen, geuze en lambiek (uniek voor de Pajottenland en omgeving Brussels). Bekendste streken: Pajottenland (Brueghel-landschap), Leuven, het Hageland.
Ideaal voor wie Brussel wil combineren met natuur (Pajottenland, Hallerbos) of met een gezellige universiteitsstad (Leuven). Vlaams-Brabant is ook de bakermat van geuze en lambiek — voor bierliefhebbers een verplichte pelgrimage.
Limburg — fietsen en mijnen
Belgisch Limburg is de oostelijkste Vlaamse provincie, op de Nederlandse en Duitse grens. Lange tijd was het een agrarische en mijnregio; sinds de sluiting van de mijnen in de jaren '60 en '70 heeft Limburg zich heruitgevonden als toeristische bestemming, vooral voor fietsers.
Klimaat: continentaler dan de kust — warmere zomers, koudere winters. Dialect: Limburgs (in vele varianten, sommige meer verwant aan Duits dan aan Nederlands). Keuken: jenever (Hasselt), Limburgse vlaai (een tarte van fruit), bier van Achel en La Trappe. Bekendste streken: Bokrijk, het Nationaal Park Hoge Kempen, het mijngebied rond Genk en Beringen.
Ideaal voor fietsers (door het knooppuntennetwerk en de drie 'Fietsen door...'-bruggen), voor wandelaars in de Hoge Kempen, en voor wie van industrieel erfgoed houdt (de gerestaureerde mijnsite C-Mine in Genk). Limburg is ook de bakermat van de jenever — voor wie van sterke drank houdt is Hasselt een dagtrip waard.